Op de avond dat de gemeenteraad besluit dat de bibliotheek dicht moet, telt Femke Hazenberg in gedachten alle openingsdagen die nog overblijven. Zij runt het pand al vierendertig jaar en weet precies hoeveel strekkende meters boeken er weg moeten, welke plank waar stond en wie er elke middag komt zitten omdat hij nergens anders heen kan. Wat ze niet telt, is wat er ooit in een archiefkast lag die net zo lang in haar gebouw stond als de collectie zelf — en wat ze daarmee heeft gedaan. Terwijl de dozen zich opstapelen en een oude bekende terugkeert met een vraag die ze liever niet beantwoordt, blijkt haar broer, de wethouder die de verkoop regelde, minder toevallig betrokken dan hij doet voorkomen. Tussen het stempelen van de laatste uitleningen en het dichtplakken van doos honderdachttien probeert Femke vast te houden wat nog te redden valt — een jongen die nergens anders welkom is, een waarheid die veertig jaar wachtte, een gebouw dat zijn naam nog draagt onder de nieuwe verf.Dit boek is door AI gegenereerd.