In mei krijgt de nachtploeg van het ziekenhuis handhelds aan de broekriem. Elke kamer wordt gescand, elke minuut geteld, en vanaf juni hangt er in de kleedkamer een lijst met veertien namen op volgorde. Dirkje Blokland, tweeëntwintig jaar in hetzelfde gebouw, staat op plek twaalf. Iuliana Pîrvu, sinds maart in dienst, staat bovenaan.Ze slapen twee straten van het strand, in Pension Zeeburgh aan de Tesselsestraat, waar Jaantje Verspui bedden per week verhuurt en elke koelkastplank een naam op tape draagt. Dirkje wil Iuliana leren wat het apparaat niet meet: bedhekken, douchekoppen, de volgorde van de doekjes. Daar wil ze de achterkamer met de wastafel voor terug, een deur die dicht kan.Die kamer is al vergeven. Jaantjes zoon Huibert maakt de roosters en houdt de cijfers groen, Nelis Kraaijeveld verhandelt bedden buiten de lijst om, en vier maanden lang wil iedereen iets van iemand die het niet geven kan.