'Ik neuk baby's.' Zo begint Urs Allemanns Babyneuker. Aan vier kanten omringd door wemelende korven ontvouwt de ik-persoon een genadeloos voortdenderend claustrofobisch relaas, waarbij de grenzen tussen fantasie en werkelijkheid, waanzin en inzicht, metafoor en letterlijkheid constant onder druk staan. Wat betekent het om zoiets te schrijven? En wat betekent het om zoiets te lezen?
Toen het werk in 1991 de prestigieuze Ingeborg Bachmannprijs werd toegekend leidde dit tot een literair schandaal van aanzienlijke omvang. De extreemrechtse tweede landsdagspresident van Karinthië sprak van een tekst 'zo slecht, dat je niet weet of of je die moet toeschrijven aan de waanzin, provocatie, of roekeloze verdorvenheid van de auteur.' Hellmuth Karasek, één van de juryleden, verdedigde de tekst echter 'als provocatie gedacht, consequent gedacht en ook zo geschreven. Literatuur moet de grenzen, waartegen zij met haar fantasieën en ervaringen botst, steeds opnieuw opzoeken, zij kan niet blijven waar ze zich al thuisvoelt.'
Meer dan dertig jaar na de eerste uitgave in Oostenrijk, verschijnt nu bij het balanseer de eerste Nederlandse vertaling van deze uitzonderlijke tekst.