Zwiep, 1370. In de schaduw van de Lochemse Berg bloeit een liefde die niet mag bestaan.
Johanna Postel is de dochter van een welgestelde herenboer. Haar toekomst lijkt al voor haar uitgestippeld: een goed huwelijk, zekerheid en een leven dat past bij haar afkomst. Maar Johanna heeft haar hart gegeven aan Albert, een eenvoudige keuterboer die haar niets van dat alles kan bieden.
Wanneer hun liefde niet langer verborgen kan blijven, worden oude zekerheden op de proef gesteld. Want rond Zwiep bepalen niet alleen afkomst, bezit en familie-eer het leven. Op de Lochemse Berg bestaan verhalen die ouder zijn dan de mensen die ze vertellen.
Verhalen over nevels die zich vreemd gedragen. Over stemmen in het donker. En over de Witte Wievenkoele, waar een verstandig mens zich na zonsondergang niet waagt.
Maar wat als juist daar het lot van Johanna en Albert wordt beslist?
De bruid van de Lochemse Berg verweeft verboden liefde met een van de bekendste verhalen uit de Achterhoek. Een historische novelle over verlangen, moed en een landschap waarin het verleden nog altijd rondwaart.
Want sommige verhalen verdwijnen niet. Ze blijven spoken.