In Het kamp en de boerderij vertelt Rosa van der Tas over het bewogen leven van haar opa en oma tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Anderhalf jaar voor het uitbreken van de oorlog verloven Jaap en Lenie zich. Beiden wonen nog thuis wanneer Jaap in 1942 als jonge veehandelaar wordt opgepakt voor een economisch delict. Zijn gevangenschap voert hem van het Oranjehotel in Scheveningen naar Kamp Amersfoort en uiteindelijk Kamp Vught. Vooral in het laatste kamp zijn de omstandigheden verschrikkelijk zwaar en moet hij, net als de andere gevangenen, zien te overleven.
Na vier maanden komt Jaap vrij. Het jonge stel trouwt kort daarna en begint een nieuw leven op een oude boerderij in Berkel en Rodenrijs. Maar de oorlog is nog lang niet voorbij. Om hen heen groeit het verzet. Jaap en Lenie besluiten onderduikers in huis te nemen, ondanks dat ze maar al te goed weten hoe groot de risico’s zijn.
In dit indringende boek, dat zich voor een groot deel afspeelt in Zoetermeer en Berkel en Rodenrijs, brengt Rosa van der Tas het waargebeurde verhaal van haar grootouders tot leven. Een verhaal over liefde, moed en de kracht in onmenselijke tijden.