In huilen uit één oog scheert Pauline Pisa langs de grenzen van het alledaagse. Eén roodborstje kijkt met halfopen bekje naar een vrouw die worstelt met het aantrekken van haar broek. Eén verliefde reiziger ziet in de kale plek op het achterhoofd van de buschauffeur het Thialf-stadion. Een diamondpainter wacht op het juiste licht om André Rieu in duizenden steentjes te laten schitteren.
In gedichten en voorvallen bungelt geluk als een prijs in een kermisgrijper: binnen handbereik, maar telkens weer glippend. Met een scherp oog voor menselijke eigenaardigheden laat Pisa zien hoe verlangen mensen in beweging houdt.
Achter de humor schuift de tijd mee: wat verandert, verdwijnt en achterblijft. Pisa schrijft over mensen die verlangen, zorgen, wachten en missen.