Na de Bijbel heeft sedert de late Middeleeuwen geen boek zoveel vormende kracht uitgeoefend op het recht en de samenleving als het Corpus Iuris Civilis. Honderden jaren heeft de wetgeving van de Oost-Romeinse keizer Justinianus (527-565) in Europa een allesoverheersende invloed gehad op het recht in Europa in de breedste zin van het woord: op de rechtsgeleerde wetenschapsbeoefening, op de rechtspraak, op de vorming van bestuursnormen, en tenslotte op de structuur van de civielrechtelijke wetgevingen die in de 18e en 19e eeuw in Europa tot stand kwamen. Na de totstandkoming van de compilatie van het oude juristenrecht in de Institutiones en de Digesta en van de keizerlijke rechtstraditie in de Codex Justinianus heeft de kanselarij in Constantinopel onder de bevlogen leiding van Tribonianus haar beleid, gericht op de verdere ontwikkeling en actualisering van de rechtsorde, met elan voortgezet. Tussen 535 en 575 hebben vele overwegend in de voertaal van het Griekstalige byzantijnse rijk uitgevaardigde verordeningen vernieuwing gebracht op uiteenlopende gebieden van het recht, in het bijzonder op dat van het staats- en bestuursrecht, het kerkelijk recht, het privaatrecht en het strafrecht. Deze nieuwe verordeningen - Novellae - zijn, anders dan het juristenrecht en het keizerlijk recht, niet meer door Justinianus in een authentieke codificatie samengebracht. Zij zijn overgeleverd in particuliere optekeningen door geleerden. Ook al hadden deze verzamelingen geen kracht van wet, in de loop van de tijd verwierven in West-Europa enkele ervan niettemin groot aanzien. De meest volledige en gezaghebbende van deze novellenverzamelingen is de Collectio graeca 168 Novellarum, die ongeveer een decennium na de dood van Justinianus tot stand is gekomen. Zij ligt ten grondslag aan de vertaling die in de delen XXII is opgenomen. Toegevoegd is bovendien de tekst van het Authenticum, eveneens een particuliere verzameling die een letterlijke vertaling in het Latijn van de Griekse tekst bevat en die een essentiële rol heeft gespeeld bij de receptie van novellenrecht in Europa. Voor het eerst wordt in een vele jaren omspannende onderneming het Corpus Iuris Civilis in het Nederlands vertaald en uitgegeven in een kolommeneditie, waarin de Griekse c.q. Latijnse en de Nederlandse tekst naast elkaar zijn gezet. Ook dit tiende deel richt zich tot juristen, historici, classici, theologen en allen die zich betrokken voelen bij de antieke grondslagen van ons recht en daarmee van onze cultuur en samenleving. De dubbeltalige editie van het Corpus Iuris Civilis beoogt een dieper begrip te kweken voor de groeiende unificatie van het recht in Europa door zicht te bieden op de rechtseenheid zoals deze in het recente verleden heeft bestaan op grond van het Romeinse recht. Tenslotte is zij bedoeld als een barrière tegen het geleidelijk verbleken van het besef van de betekenis van de Justiniaanse codificatie als fundament onder de rechtscultuur in vrijwel alle landen in het Avondland. Lees meer
Sedert de late Middeleeuwen, heeft na de Bijbel, geen boek zoveel vormende kracht uitgeoefend op het recht en de samenleving als het CORPUS IURIS CIVILIS. Honderden jaren heeft de wetgeving van de Oost-Romeinse keizer Justinianus (527-565) een allesoverheersende invloed gehad op het Europese recht in de breedste zin van het woord: op de rechtspraak, op de vorming van bestuursnormen en op de structuur van de civielrechtelijke wetgevingen die in de 18e en 19e eeuw tot stand kwamen. Op 29 december 534 kreeg de herziene versie van de CODEX JUSTINIANUS, die in 529 als eerste onderdeel van de Justiniaanse wetgeving was gepubliceerd, kracht van wet. De totstandkoming van de Institutiones en de Digesta in 533, alsmede het grote aantal rechtshervormende verordeningen van Justinianus tussen 529 en 534, had een ingrijpende herziening van de oude Codex noodzakelijk gemaakt. Zoals de Institutiones en de Digesta bloemlezingen zijn van fragmenten uit het oeuvre van rechtsgeleerden uit de klassieke periode van de Romeinse rechtswetenschap, zo bestaat de Codex Justinianus uit een selectie van verordeningen uit de periode van Hadrianus tot die van Justinianus. In versneden vorm kregen duizenden constitutiones een plaats in het nieuwe wetboek dat vooral gericht was op de rechtspraktijk en op een doelmatiger verloop van de processen. Door het aanbrengen van redactionele aanpassingen in de oude teksten en door het combineren van fragmenten uit oorspronkelijk zelfstandige verordeningen, kwam een aan de eisen van de tijd beantwoordend wetboek tot stand. Tevens vormde het een spiegel van vier eeuwen keizerlijke rechtsontwikkeling. In 554 werd de Codex Justinianus tegelijk met de beide andere wetboeken in Italië ingevoerd. Anders dan de Digesta, die in vergetelheid raakten, is de Codex in gereduceerde vorm in omloop gebleven. Vanaf het einde van de 11e eeuw heeft de Codex Justinianus, tezamen met de andere wetboeken, de grondslag gelegd voor de receptie van het Romeinse recht en de rechtsvorming in Europa. In een vele jaren omspannende onderneming is het Corpus iuris civilis in het Nederlands vertaald en uitgegeven in een kolommeneditie, waarin de Latijnse en de Nederlandse tekst naast elkaar zijn gezet. Ook dit zevende deel richt zich tot juristen, historici, classici, theologen en allen die zich betrokken voelen bij de antieke grondslagen van ons recht en onze samenleving. Het beoogt een dieper begrip te kweken voor de groeiende unificatie van het recht in Europa door zicht te bieden op de rechtseenheid in het recente verleden, zoals deze bestond op grond van het Romeinse recht. Ten slotte is het bedoeld als een barrière tegen het geleidelijk verbleken van het besef van de betekenis van de Justiniaanse codificatie als fundament onder de rechtscultuur in vrijwel alle landen in het Avondland. Lees meer