Dit boek is gebaseerd op waargebeurde ervaringen rond leven met autisme en chronische overbelasting. Het is een verhaal van de dagelijkse strijd om te blijven functioneren in een wereld die niet altijd afgestemd is op hoe jij werkt.
De hoofdpersoon probeert zijn leven overeind te houden terwijl zijn lichaam protesteert en zijn energie sneller verdwijnt dan anderen begrijpen. Wat voor buitenstaanders vanzelfsprekend lijkt — opstaan, werken, sociale situaties doorstaan — vraagt voor hem een constante innerlijke berekening.
Zijn autisme maakt hem gevoelig voor prikkels, verwachtingen en subtiele spanningen die anderen vaak niet opmerken. In stilte leert hij omgaan met schaamte, uitputting en het gevoel tekort te schieten.
Maar tussen de vermoeidheid en de twijfel ontstaan ook momenten van verschuiving. Kleine openingen. Een kind dat meer ziet dan woorden. Een aanraking die langer blijft dan nodig was. Het besef dat herstel niet betekent dat de pijn verdwijnt, maar dat je leert leven zonder jezelf te verliezen.
Wat je niet ziet – Wanneer vanzelfsprekend energie vreet is een literaire psychologische roman over autisme, onzichtbare ziektes, vaderschap en de moed om zachter te worden in een wereld die vaak harder is.