Vieve legt kaarten op de duwstangen van winkelkarretjes, want de zaal die ze draait loopt niet vol en de gemeente wil straks weten hoeveel mensen er zaten. Binnen staat haar broer alleen op het toneel en speelt hun gezin na — de pan die te zwaar is, de klapstoel tegen de radiator.Dan legt hij haar een zin in de mond die ze nooit gezegd heeft, en de zaal gaat open als een deur. Vieve staat achterin met een dienblad tegen haar buik. Ze weet wat er die avond op de parkeerplaats werkelijk gebeurd is, want ze zat erbij, in de auto, met het raam op een kier, en ze heeft niets gezegd.Die nacht schrijft ze het hem op. Ze haalt eruit wat er niet in hoort en stuurt het. Er komt geen antwoord. Er staan nog avonden te gaan.Dit boek is door AI gegenereerd.