ZIE MIJ STAAN De verborgen heldendaad van Trijn Jacobs
Haar naam is bewaard in een notariële akte uit 1656, waarin het dreigement is opgetekend dat Rembrandt van Rijn haar in het gezicht slingerde.
In het voorjaar van 1655 verliet Trijn Jacobs, een drieënvijftigjarige weduwe, alleen en te voet haar thuishaven Edam om haar vriendin Geertje Dircx te bevrijden uit het spinhuis van Gouda, waarin de beroemde schilder haar had laten opsluiten. Ze klopte aan op de Jodenbreestraat. Ze bestookte de Goudse magistraten. Ze won – tegen alle verwachtingen in. Hoe dan?
De geschiedenis gaf haar een voetnoot. Ik geef haar een boek.
In Zie Mij Staan haal ik Trijn Jacobs terug uit de marge. Op basis van akten, vonnisboeken en kerkregisters reconstrueer ik de reis van een vrouw die weigerde onrecht machteloos te accepteren, en de gemeenschap van vrouwen om haar heen. Waar de archieven zwijgen, spreekt de verbeelding – niet als verzinsel, maar als een invoelende vorm van zien.
Zie Mij Staan is ook mijn eigen verhaal. In 1969, een jaar nadat de Praagse Lente was neergeslagen, werd ik als kind naar Nederland gebracht en achtergelaten bij een moeder die ik niet kende. Mijn grootmoeder bleef achter het IJzeren Gordijn, en met haar de taal waarin ik voor het eerst was toegesproken. Ik was een meisje dat onzichtbaar was in een taal waarin ik niet thuis was. In de zeventiende-eeuwse archieven vond ik vrouwen die mijn zwijgen spiegelden.
Dit is een boek over heldinnen zonder standbeeld, over vriendschap als daad van verzet. Over de vraag wiens verhaal bewaard blijft en waarom.
Blanka Pesja werd in 1963 geboren in Liberec, in het toenmalige Tsjechoslowakije. Zij gaf twintig jaar les in haar vak Kunst: taal en beeld aan het Conservatorium van Amsterdam. Via haar project PHOEBE HERstory Rising maakt zij verborgen vrouwenlevens zichtbaar door middel van boek, muziek, lezing en archiefonderzoek. Zie Mij Staan is haar eerste roman.